Hoogbegaafdheid en erfelijkheid


Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat de mate van intelligentie erfelijk is doordat zij verbonden is aan de genen. De combinatie van een flink aantal genen van beide ouders bepaalt uiteindelijk het intelligentieniveau. We hebben dus allemaal een ‘plafond’ als het om intelligentie gaat. Het ziet er naar uit dat de ‘hoogbegaafde’ genen dominant zijn. Het overgrote deel van de meer- en hoogbegaafde kinderen heeft daarom minstens één meer- of hoogbegaafde ouder.

Veel vrouwen kijken hierbij in eerste instantie naar hun man. Eenmaal in gesprek blijkt meestal dat ook de vrouw op hoog niveau functioneert maar dat niet als zodanig (h)erkent. Met weinig vergelijkingsmateriaal bij de hand en omdat zij geen moeilijke baan hebben of een opleiding op een lager niveau dan hun man, schatten ze zichzelf vaak veel te laag in. Naar alle waarschijnlijkheid is het aantal hoogbegaafden 50/50 verdeeld en is de kans dat de vrouw hoogbegaafd is dus net zo groot. Een meer- of hoogbegaafde volwassene zoekt daarbij over het algemeen een ontwikkelingsgelijke als zijn of haar levenspartner. Nu we vrij mogen kiezen, is het meestal niet zo dat er grote intelligentieverschillen zijn tussen twee partners. Gewoon, heel reëel gezien, omdat je iemand zoekt waarmee je raakvlakken hebt, gezamenlijke interesses deelt en goed kunt communiceren.

In hoeverre de intelligentie tot ontwikkeling komt wordt sterk bepaald door omgevingsfactoren. Hoe groei je op? Word je gestimuleerd? Welke beslissingen neem je zelf, al ben je nog zo klein? Welke keuzes maak je? Hoe sterk is je eigen doorzettingsvermogen? Hoe herkenbaar zijn je kwaliteiten?

Instanties en deskundigen
De verschillende instanties en deskundigen zijn het, op het gebied van meer- en hoogbegaafdheid, lang niet altijd met elkaar eens en hanteren verschillende maatstaven. Het is vaak erg afhankelijk van welke materie ze bestuderen, welke conclusies er getrokken worden en wat voor ‘waar’ wordt aangenomen. Ook worden veel eigenschappen van hoogbegaafden voor kenmerken van andere zaken aangezien en ontstaat er regelmatig verwarring en worden misdiagnoses gesteld. Een hoogbegaafd kind heeft bijvoorbeeld meestal een hoog energieniveau dat verward wordt met ADHD of is juist wat teruggetrokken (vaak door teleurstellingen en zich niet begrepen voelen) en krijgt dan het etiketje ADD. Ook PDD-NOS, Asperger en Borderline zijn diagnoses die voor veel verwarring kunnen zorgen.

Print Friendly, PDF & Email