Het verschil tussen meer- en hoogbegaafdheid

Er bestaan vrij duidelijke verschillen tussen mensen die meerbegaafd zijn en mensen die hoogbegaafd zijn. Een meerbegaafde heeft een IQ boven het gemiddelde van 122 IQ punten maar blijft onder de hoogbegaafdheidsgrens van 129 IQ punten. De hoogbegaafde heeft een IQ score van 129 en hoger.

Het verschil tussen hoogbegaafd en meerbegaafd zit in de intensiteit waarmee hoogbegaafden dingen doen en beleven. Het hogere bewustzijn van hoogbegaafden veroorzaakt een intensiteit dat hele andere reacties en denkpatronen oplevert en laat verschillen zien in gedrag, kennis en kunde die duidelijk maken dat hoogbegaafdheid meer is dan alleen maar een hoger IQ.

  • Zo is een meerbegaafde vaak belangstellend en geïnteresseerd, een hoogbegaafde is echter meestal nieuwsgierig, voelt een zekere drang tot onderzoeken en het vergaren van nieuwe kennis. Dit hoeft niet altijd via boeken, veel hoogbegaafden hoef je iets maar één keer te laten zien en ze doen het na. Wel is het belangrijk dat het iets betreft dat hen werkelijk interesseert, anders zijn zij net zo weinig gemotiveerd als ieder ander.
  • Een meerbegaafde leert vaak makkelijk op school, is in staat een grote hoeveelheid feitenkennis op te slaan en dat weer te reproduceren. Sommige hoogbegaafden kunnen dat ook wel, maar het merendeel heeft grote moeite met de schoolse manier van leerstof aanbieden en al helemaal met het reproduceren van kleine feiten. Dit komt doordat zij de aangeboden leerstof vermengen met allerlei andere informatie en nieuwe  verbanden leggen. De feitelijke kennis blijft wel bruikbaar maar is minder makkelijk te reproduceren op de strikte wijze die binnen scholen gehanteerd wordt.
  • De meerbegaafde is onderdeel van de groep, loopt wel vaak voorop maar ze zitten meer op dezelfde golflengte als eventueel minder intelligente vrienden. De hoogbegaafde loopt vaak een aantal meters voor de groep uit. Is in gedachten al enkele fases verder dan de rest van de groep.
  • Een meerbegaafde heeft vaak vijf of meer herhalingen nodig, weet zijn vaak goede ideeën helder uit te leggen. Neemt makkelijk kennis op en kan deze goed onthouden.
  • Een hoogbegaafde heeft aan twee á drie herhalingen genoeg, heeft het liefst inspraak in opdrachten, heeft vaak wilde spetterende ideeën, ziet nieuwe verbanden en weet vaak automatisch hoe het in elkaar zit, maar heeft soms veel moeite met uitleg daarover aan anderen.
  • Voelt een meerbegaafde zich vaak thuis in een groep studenten omdat zij misschien wel slimmer zijn maar in ieder geval op dezelfde wijze denken, een hoogbegaafde heeft vaak moeite met het vinden van een groep waarin hij zich thuis voelt. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat hij niet weet dat hij meer moeite moet doen om gelijk denkenden om zich heen te verzamelen, gewoonweg omdat er minder van zijn. Als je dan bedenkt dat het sociaal niet echt geaccepteerd wordt als hoogbegaafden zich op grond van hun hoogbegaafdheid verzamelen, dan wordt het vinden van gelijkdenkenden wel heel ingewikkeld.
  • Een meerbegaafde denkt en leert vaak stapsgewijs, van makkelijk naar moeilijk. Een hoogbegaafde wil graag eerst het geheel overzien en dat dan ontleden in delen. Waar stukken zitten die hij niet snapt heeft nadere uitleg zin, anders leidt het alleen maar af. Een hoogbegaafd kind dat op school veel fouten maakt heeft veel vaker te maken met de problematiek van de eenvoud dan dat het aangebodene te moeilijk is.
  • Een meerbegaafde gebruikt over het algemeen voornamelijk zijn linker hersenhelft waar taal en rekenen zetelt en denkt in woorden en taal. Een hoogbegaafde heeft veel vaker dan gemiddeld een zeer actieve rechterhersenhelft waar de creativiteit en muzikaliteit is gehuisvest en is denkt vaker in beelden.
Print Friendly, PDF & Email